Installatietips in het kort - lees meer in de uitgebreide productbrochure


Plaatsingsrichting
Pasplaten: minimaal 3 golven breed
Montagerichting: tegen de overheersende windrichting in.

Golfplaatpositie



Onthoeken
Onthoeken in de lengterichting van de plaat: horizontale overlap + 5 mm.
Onthoeken in de breedterichting van de plaat: verticale overlap 43 mm + 5 mm = 48 mm.



Montage klassieke dekking



Bevestiging
Diameter boutgat: diameter boutgat = steeldiameter bout + 3-4 mm.
Bevestigingspunten ter plaatse van horizontale overlap: 2 e en 5 e golf, centrum van golftop.
Bevestigingspunt ter plaatse van tussengording: 2 e golf, centrum van golftop.



Plaatsingsvoorbeeld
Kengetallen horizontale overlap

Dakhelling >14°: tenminste 150 mm
Dakhelling van 14° tot 20°: advies 200 mm.
Afstand ‘a’ en ‘b’: minimaal 50 mm, zowel bij houten als stalen gordingen.
Vrije overstek: maximaal ¼ van de ondersteuningsafstand.

Bevestiging op staal
Haakbouten Ø 7 mm of zeskantplaatbouten Ø 6 mm, lengte 76 mm.
Montage: bouten ‘los-vast’ aandraaien, zodat wanneer de plaat met de hand op de gording wordt gedrukt, de afsluitringen nog met de hand draaibaar zijn en waarbij de originele
vorm van de metalen ringen intact blijft.

Ventilatie
Als algemene regel kan men hanteren dat, het ventilatieoppervlak in de nok ca. 25% groter dient te zijn dan aan de dakvoet van het gebouw. Indien de natuurlijke ventilatie belemmerd wordt,
dienen hulpstukken te worden aangebracht.

Hulpstukken geschikt voor ventilatie:
- Bovenstuk
- Vaste vlakke nok
- Ventilerende golfscharniernok
- Diverse dakventilatiestukken
- Vlakke scharniernok



Installatie van lichtdoorlatende golfplaten
Er kunnen ook lichtdoorlatende golfplaten gemonteerd worden in pvc, polyester, enkelwandige polycarbonaat golfplaten en dubbelwandige polycarbonaat golfplaten. De verticale overlappingen
van de enkelwandige lichtdoorlatende golfplaten dienen met rawlnuts type 09-224 te worden gefixeerd, met de opstaande en neergaande golf van de aangrenzende golfplaten.



Installatie van hulpstukken

Voor een aantal hulpstukken dient de linkse of rechtse uitvoering van het hulpstuk te worden bepaald. Gekeken dient te worden van de dakvoet naar de nok toe.
Rechter hulpstuk: montagerichting van rechts naar links, of de mof van het hulpstuk aan de rechterzijde.
Linker hulpstuk: montagerichting van links naar rechts, of de mof van het hulpstuk aan de linkerzijde.

Opslag
De platen en hulpstukken behoren altijd opgeslagen te worden op een vlakke ondergrond, in een droge ruimte. Wanneer een dergelijke ruimte niet beschikbaar is, dient men gebruik te maken van een afdekzeil.